Daar zit ze, in een grote stoel in een soort van huiskamer voor de tv.
Ze staart wat voor zich uit maar haar hoofd draait naar de deur als ze merkt dat er iemand aan komt, het lijkt net alsof ze wacht.
Haar ogen krijgen glans en haar gezicht begint te stralen, haar hand gaat omhoog en ze zwaait naar ons.
Ik heb het over de dame waar ik elke Dinsdagochtend gezellig langs ga.
Sinds kort zit ze in een zorgcentrum voor mensen met Alzheimer.
Een paar weken geleden belde ze me in paniek op ( mijn telefoonnummer was de eerste die ze zag ) dat haar man boven aan de trap lag, bewusteloos .
Die dag zou ze eigenlijk naar de dagopvang gaan maar ze was met geen stok de bus in te krijgen, hoorde ik van haar schoondochter, alsof ze wist dat er iets zou gebeuren.
Haar man werd naar het ziekenhuis gebracht en zou daar nog wel even blijven.
Aangezien zij niet alleen thuis kon blijven is ze met spoed naar het zorgcentrum verhuist.
Geheel onverwacht en eigenlijk veel te snel voor haar.
Gelukkig dat er ruimte was en goed dat ze er zijn hoor maar jeetje, wat een troosteloze toestanden daar.
De eerste keer dat ik met haar man mee ging om haar te bezoeken zaten er van de 10 bewoners ongeveer 5 apathisch/slapend in een (rol)stoel rond de tafel.
Ik persoonlijk vind haar nog "te goed" om daar tussen te zitten en volgens mij vindt ze dat zelf ook.
Gelukkig voor haar gaat dat binnenkort veranderen.
Eind mei is de nieuwe vleugel in het zorgcentrum klaar en verhuist ze naar het nieuwe gedeelte met minder, mindere bewoners.
Maar goed, op het moment dat ze ons ziet lacht ze even maar al vrij snel draait ze haar hoofd weer weg, ik zie tranen in haar ogen.
Mijn hart draait om en als ik haar glimlachend begroet kijkt ze me heel verdrietig aan en zegt ze dat ze mee wilt, naar huis.
Ze mist haar man en wilt bij hem zijn.
Afgelopen Februari waren ze 60 jaar getrouwd en nu zit ze zonder hem in een vreemd huis met mensen die ze allemaal wel "ergens" van kent (denkt ze) en slaapt ze zonder hem in een smal en vreemd bed.
Ze voelt zich eenzaam en verdrietig.
Wij, haar man en ik nemen haar mee naar het restaurant beneden en bestellen een kop koffie en een broodje.
We kletsen over van alles en nog wat, ik lees wat voor, laat wat foto's zien van Sophie, haar man plaagt haar wat en zo proberen we de sfeer zo luchtig mogelijk te houden.
Want op het moment dat er een stilte valt ,kijkt ze naar haar man, slaakt ze een diepe zucht, beginnen haar lippen te trillen en wellen de tranen in haar ogen op.
Als we ons broodje op hebben gaan we naar buiten, even wandelen in de tuin.
Daar op een bankje maak ik wat foto's van haar en haar man en zal ik haar geven zodat ze er vaak naar kan kijken.
Nadat we nog wat van het weer en het buiten zijn hebben genoten brengt haar man haar rond half twee weer naar boven
Ik blijf beneden op hem wachten en terwijl ik wacht denk ik aan haar verdriet.
Ik die mijn lief na ruim 4 jaar al vreselijk mis, hoe moet dat dan zijn na 60 jaar.
Ik kan me haar verdriet zo goed voorstellen.
Dat zei ik tegen haar, en ook dat ze tijd nodig heeft om te wennen en dat haar man zo vaak hij kan naar haar toe komt.
En dat weet ze ook allemaal wel maar hij is er altijd maar zo kort snikt ze dan en ik kan haar alleen maar liefdevol aankijken en hopen dat ze dit verdriet weer snel vergeet.